Mooie initiatieven voor gezondere honden

Veel hondenrassen zitten diep in de problemen, maar toch zijn er ook binnen de gevestigde kynologie initiatieven die de gezondheid van de rashond vooruit helpen, en dat juichen we toe. Kijk maar eens naar deze goede voorbeelden.

Stichting Gezonde Duitse Herder
Deze stichting is in 2012 in het leven geroepen omdat men zich zorgen maakte over de gezondheid van de Duitse Herder. De oprichters vonden het belangrijk om heel open te zijn over de problemen binnen het ras. Ze wilden die problemen goed in kaart brengen, om daarmee toekomstige nestjes te kunnen behoeden voor ellende. Het verkrijgen van juiste en eerlijke informatie bleek niet zo makkelijk, dus zet de stichting zich nog altijd in voor meer onderzoek en daarmee voor bevordering van de gezondheid van het ras.

Nederlandse Tamaskan Club (NTC)
Deze club is opgericht in 2013 om dit vrij onbekende ras in stand te houden. De club ziet in dat met een ras met zo’n kleine genetische basis zorgvuldig moet worden gefokt. Daarom wordt er heel bewust outcross ingezet en mogen dek-reuen bijvoorbeeld maximaal vier nesten voortbrengen tijdens hun leven. Ook worden er strenge eisen gesteld aan de gezondheid van toekomstige ouderdieren, en zijn er veel verplichte onderzoeken. Met de uitslagen van deze onderzoeken moet daadwerkelijk rekening worden gehouden. Zo mag er met een hond met elleboogdysplasie niet gefokt worden, en mag een hond met lichte heupdysplasie (HDb) alleen gekruist worden met een hond die op de foto helemaal ‘schoon’ is (HDa). Er zijn ook ziektes waarvan de ouderdieren bewezen vrij moeten zijn. Waar mogelijk geeft DNA-onderzoek garantie op gezonde pups. Daarnaast worden er uiteraard strenge eisen gesteld aan gedrag en karakter. NTC, we nemen ons petje af voor jullie inzet om gezonde pups op de wereld te zetten en inteelt zoveel mogelijk te voorkomen!

Stichting de Gezonde Drent
Deze groep Drenteigenaren heeft zich het afgelopen jaar enorm ingezet om een einde te maken aan het zwijgen over de problemen bij de Drentsche Patrijshond. Volgens hen werd het tijd om eindelijk openheid te geven over de problemen, alles goed in kaart te brengen en een nieuw fokplan op te stellen om het ras weer gezond te maken en voor uitsterven te behoeden. Zoals ze het zelf zeggen: ‘Het is geen vijf voor twaalf, maar tien over twaalf.’ Hun harde werk heeft geleid tot een concept voor een fokbeleid dat de gezondheid en het welzijn van de honden met sprongen vooruit kan helpen. Zo moet er volgens het plan strenger geselecteerd worden om epilepsie en gewrichtsziektes als HD en ED aan te pakken, moet de gezondheid van een dier belangrijker gevonden worden dan de resultaten op de keuring, en moet op gecontroleerde wijze outcross worden toegepast om de toename van inteelt een halt toe te roepen. De beide fokverenigingen van de Drentsche Patrijshond hebben het plan helaas nog niet willen overnemen. Hopelijk doen ze dat in 2018!

Nederlandse Vereniging voor Stabij- en Wetterhounen
Deze vereniging werkt sinds 2014 met nieuwe fokplannen, als gevolg waarvan de eerste goedgekeurde outcross-nestjes zijn geboren, en dat is knap werk. In goed overleg zijn de leden het erover eens geworden dat genetisch materiaal van de Poedel en de Labrador mondjesmaat mag worden toegevoegd om zo de mate van inteelt op een gecontroleerde manier te verlagen en toch het ras te behouden. Op dit moment zijn er reuen goedgekeurd van de rassen Airedale Terriër en Shikoku die voor nieuwe outcross-nesten mogen zorgen. We hopen dat vele rasverenigingen dit voorbeeld zullen volgen!

Algemene Vereniging voor Liefhebbers van Saarlooswolfhonden (AVLS)
Het doet denken aan de roman White Fang van Jack London: de eerste Saarlooswolfhonden waren heuse nakomelingen van een wolvin. In de jaren ’30 werden deze Europese Wolfhonden voor het eerst gefokt. De erkenning als ras volgde pas vele jaren later, in 1975. Kort daarop werd er een heel eenzijdig fokbeleid ingezet, uitsluitend gericht op het uiterlijk. Hierdoor kreeg de kleine populatie al snel last van problemen die duidelijk het gevolg waren van inteelt: verminderde vruchtbaarheid en minder pups per worp.

Omdat de oude vereniging de problemen niet serieus nam, richtten bezorgde fokkers en liefhebbers in 2006 een nieuwe rasvereniging op: de AVLS. Deze vereniging heeft, na haar erkenning door de Raad van Beheer in 2010, advies gevraagd aan Wageningse onderzoekers. Er werd een uitgebreid nieuw fokplan geschreven, dat de hoge mate van inteelt terug moet dringen door onder andere outcross toe te passen. Dit plan was ook nodig omdat een te groot deel van de raspopulatie drager was van erfelijke aandoeningen als degeneratieve myelopathie (DM), dwerggroei en oogaandoeningen als PRA. Het vooruitstrevende plan werd in 2012 unaniem door de leden goedgekeurd en wordt nog steeds toegepast. Door het gebruik van een goede database en gelijkmatig inkruisen van vers bloed van andere rassen – zoals de Siberian Husky en de Zwitserse Witte Herder – is het gevaarlijke niveau van inteelt afgenomen.  De AVLS wil laten zien dat je het uiterlijk en het karakter van een ras kunt behouden en toch de inteelt te lijf kunt gaan. Hopelijk volgen verenigingen van andere rassen waar de inteelt onacceptabel hoog is, dit goede voorbeeld.

Zwitserse Witte Herders
Een paar jaar geleden kwamen de drie Nederlandse rasverenigingen voor Zwitserse Witte Herders bijeen, omdat ze zich zorgen maakten over de toekomst van hun ras. De genetische basis bleek extreem krap en de fokkers merkten dat er daardoor veel erfelijke aandoeningen voorkwamen. Zo is er aanleg voor heupdysplasie, elleboogdysplasie, degeneratieve myelopathie (DM) en een specifieke genetische fout die de hond gevaarlijk overgevoelig maakt voor medicijnen (MDR-1). De drie verenigingen – die een duidelijk fokdoel deelden, waarin het voortbestaan en de gezondheid van het ras voorop stond – stelden een vooruitstrevend plan van aanpak op. In de hoop hun ras te redden, presenteerden ze dit aan de Raad van Beheer. Het plan werd goedgekeurd en de verbetering van het ras ging van start.

Het fokplan heeft als hoofddoel de hoge mate van inteelt te verminderen en zo het ras snel gezonder te maken. De fokkers zagen in dat er, ondanks alle DNA-testen die ze al deden, te veel gezondheidsproblemen de kop opstaken en dat inteelt daar de oorzaak van was. Op dit moment gebruiken de rasverenigingen een combinatie van maatregelen om het probleem aan te pakken: de eisen van het fokken worden versoepeld; er worden bloedlijnen aangekocht uit het buitenland; er mogen nieuwe aankeuringen gedaan worden, zodat lookalikes een stamboom krijgen; er is een zorgvuldig outcross-plan gemaakt. In de rashondenwereld, waar verenigingen vaak juist concurrenten van elkaar zijn, is dit een prachtig voorbeeld van samenwerking om het dierenwelzijn te vergroten!

Stichting FGH
Stichting FGH heeft zich ten doel gesteld inteelt en de daaraan gekoppelde erfelijke afwijkingen bij (ras)honden terug te dringen. De stichting doet dit door fokkers en rasverenigingen persoonlijk te begeleiden. Zo worden er uitgebreide databases opgebouwd en fokanalyses uitgevoerd. Heel handig voor rassen waarbij sprake is van hoge inteelt, maar waar bijvoorbeeld nog best veel genetische diversiteit in de populatie aanwezig is. Zowel individuele fokkers die advies willen over de gezondste kruisingen, als rasverenigingen die een scherper fokreglement willen opstellen, kunnen bij de stichting aankloppen. Als uit analyses blijkt dat een ras te weinig genetische diversiteit heeft, kan de stichting helpen bij het invoeren van outcross of het maken van andere fokplannen. Voor rassen die niet door FCI zijn erkend, zoals de Oudduitse Herder en de Chodsky Pes, zet de stichting zich in om een goed fokbeleid op te stellen. Daarbij is de hoofdzaak om te voorkomen dat er (te veel) ingeteeld wordt. De stichting probeert dit te bereiken door verschillende verenigingen bij elkaar te brengen en een plan te maken om ‘breed’ te fokken, wat wil zeggen: niet te veel beperkende maatregelen in de rasstandaard opnemen, zodat er zoveel mogelijk DNA beschikbaar blijft voor de populatie. Ook worden er nieuwe databases aangelegd voor dit soort rassen, waar nog niet altijd alle kennis van de afstamming en de eventuele gezondheidsproblemen beschikbaar is. Dat helpt rassen in de toekomst problemen te voorkomen.

Nederlandse Markiesjes Vereniging
Deze vereniging zet zich in om het Markiesje als hondenras te behouden, maar let daarbij goed op de gezondheid van de honden. Het gaat hier om een Nederlands ras dat niet uit veel dieren bestaat. De kans op fokken met nauwverwante dieren – en de inteelt die daaruit voorkomt – kan in zo’n kleine populatie een probleem zijn als er slechts met stamboomhonden gefokt mag worden. Om die reden heeft het Markiesje geen gesloten stamboek. Dat betekent dat er dus regelmatig stamboomloze ‘Markiesjes’ (lookalikes) worden aangekeurd. Als ze voldoen aan de rasstandaard en de in het fokreglement verplicht gestelde gezondheidseisen mogen ze daarna ingeschreven worden in het stamboek. En voilà: daar is weer vers bloed in de populatie.

Helemaal vrij van aandoeningen is het ras niet. Zo komen patella luxatie (PL) en progressieve retina atrofie (PRA) wel voor. De vereniging stelt wel strikte eisen aan het onderzoek naar deze ziektes. Zo moet ieder fokdier op de officiële wijze getest zijn op PL op de leeftijd van 18 maanden of ouder, en hoewel nog niet alle lijders uitgesloten worden, dient er wel rekening gehouden te worden met de uitslag. Sinds er een DNA-test bestaat om PRA-dragerschap aan te tonen, wordt deze test uitgevoerd. Volgens de vereniging zijn er hierdoor sinds 2011 geen lijders aan PRA meer geboren.

Het laatste nieuws is dat dr. Paul Mandigers van de Universiteit Utrecht de mutatie voor de aandoening die tot nu toe 'neuropathie' werd genoemd, heeft gevonden! De aandoening kwam voor bij pups die nét het nest uit waren gegaan. De ziekte verliep zeer dramatisch, waardoor de pups binnen enkele weken geëuthanaseerd moesten worden. In ongeveer twee procent van de nesten kwam deze afwijking voor bij één of meer pups. Tot nu toe werden lijders, ouders en nestgenoten vervolgens uitgesloten van de fok. Nu kan de populatie worden onderzocht en vrijgemaakt worden van deze  nare ziekte. Dat is heel goed nieuws.

Nog een laatste inzet voor het ras die de moeite van het benoemen waard is: aan nieuwe eigenaren wordt gevraagd de dieren niet zomaar te castreren, maar eerst goed over die stap na te denken. Castratie wordt vaak geadviseerd, maar zorgt er bij veel rassen voor dat verreweg het grootste deel van de populatie nooit een nakomeling zal krijgen. Voor de genetische diversiteit is dat funest. Zoals de vereniging het zelf verwoordt: ‘Gezonde, gave honden zijn van grote waarde, of ze nou bij een fokker zitten of bij een liefhebber. Dus als er geen reden voor is, schakel ze dan niet gedachteloos uit.’

Waterhondenclub Nederland

Onder de Waterhondenclub Nederland vallen de Franse, Italiaanse, Spaanse en Portugese Waterhond. Het bewustzijn voor verantwoord fokken is groot bij de club. Er is een geneticus betrokken bij het opstellen van het fokbeleid voor alle vier de rassen. Het advies van de geneticus is zwaarwegend opgenomen in het verenigingsfokreglement.

De club ziet in dat de genenpool van de Waterhonden erg klein is en erkent dat een kleine genenpool een probleem is voor de rassen. Om de genenpool niet verder te verkleinen zijn er specifieke maatregelen beschreven in het fokreglement:

  • via verplichte screening met MyDogDNA wordt bij de keuze van ouderdieren gelet op de grootst mogelijke genenvariatie;
  • buitenlandse ouderdieren zijn toegestaan;
  • binnen drie generaties moet het inteeltpercentage nul zijn;
  • herhaalcombinaties van ouderdieren zijn niet toegestaan, omdat die niet bijdragen aan de genetische variatie binnen het ras;
  • er is een beperking in het aantal nesten per ouderdier.

In de landen van oorsprong van de verschillende Waterhonden is outcross toegestaan. Ook de Waterhondenclub Nederland is voorstander van outcross om de genenpool te vergroten. De club heeft gekeken naar de Nederlandse populatie en wil voor twee van de vier rassen eigenlijk al starten met outcross. Het enige knelpunt is dat er twee fokkers bereid moeten zijn om deel te nemen. Zodra die fokkers zich aandienen zal er een verzoek bij de Raad van Beheer worden ingediend.

Om erfelijke ziekten (waarvoor geen DNA-test beschikbaar is) tegen te gaan, is in het verenigingsfokreglement opgenomen dat dertig maanden de minimale leeftijd is waarop er met de dieren gefokt mag worden. Erfelijke ziektes die voorkomen bij de rassen hebben op deze manier de tijd gekregen om tot uiting te komen. Deelname aan hondenshows is bovendien niet verplicht om te mogen fokken. Er is alleen een fokgeschiktheidskeuring zonder wedstrijdelement, waarbij gelet wordt op gedrag en gezondheid.

Dierenrecht.nl
ANBI logo

© Copyright 2017 Dier&Recht