Erfelijke aandoeningen bij rashonden

Erfelijke aandoeningen vormen al decennia lang een groot probleem bij rashonden mét en zonder stamboom. Even lang heeft de rashondenwereld dit genegeerd.

De sector is op dit moment (heel langzaam) aan het veranderen, maar dat ging niet vanzelf. Pas na het uitoefenen van stevige juridische druk in de vorm van rechtszaken, media-aandacht en politieke bemoeienis kwam de branche in beweging. En we kunnen niet verslappen, want velen in de rashondenwereld willen niet veranderen. Zij blijven vasthouden aan het fokken op schadelijke raskenmerken (uiterlijke kenmerken die schadelijk zijn voor de gezondheid) en raszuiverheid (inteelt). 

Verantwoordelijkheid
Net als de beroepsgroep voor dierenartsen, de KNMvD, en voormalige staatssecretarissen Henk Bleker en Sharon Dijksma is Dier&Recht van mening dat de primaire verantwoordelijkheid op het gebied van erfelijke aandoeningen ligt bij de fokkers. Alleen zij kunnen immers weten wat zich in de bloedlijn van de voorouders heeft afgespeeld, en ze dienen minimaal vijf generaties terug te gaan met hun onderzoek naar erfelijke gebreken.

Extreme uiterlijke kenmerken
Voormalig staatssecretaris Bleker zei het al eens: “hondenfokkers zijn van God los.” Honden die in de ogen van sommige fokkers mooi zijn, zijn vaak gedegenereerd en niet in staat tot een normaal leven. Te denken valt aan een te nauwe luchtpijp en ademtekort, geen staart, kromme poten, een te kleine schedel voor de hersenen, een korte snuit met daardoor benauwdheid en alleen via een keizersnede kunnen bevallen. Ondanks dit alles wil de Raad van Beheer de extreme raskenmerken waar rashonden aan moeten voldoen bij hondenshows, niet loslaten.

Inteelt
Het fokken met direct verwante honden, zoals broer en zus, vader en dochter of oma en kleinzoon, is inmiddels verboden, maar van de Raad van Beheer mogen neef en nicht nog wel worden gekruist. Daardoor worden veel hondenrassen nog altijd geteisterd door inteelt. Met desastreuse gevolgen. Om maar iets te noemen: de inteeltcoëfficiënt van een hondenras als de Welsh Terrier bedraagt volgens onderzoek 14%. Dat is een verwantschap die gelijk staat aan grootvader met kleindochter en volle neef-nicht. Of neem de Cavalier King Charles Spaniël, waarvan de huidige populatie afkomstig is van twee reuen uit de jaren '30 van de vorige eeuw. Volgens onderzoek van professor De Boer van de Universiteit van Utrecht wordt een kleine 7% van de populatie rashonden ingezet voor het fokken; alle nakomelingen zijn van hen afkomstig.

Stoppen met zieke hondenrassen
In de ogen van Dier&Recht betekent het bovenstaande dat er bij veel hondenrassen moet worden gestopt met fokken binnen de bestaande populatie. Sommige rassen zijn zelfs zo verziekt, dat ze niet meer te redden zijn. Bij minder zieke rassen moet het kruisen met honden 'van buiten' niet alleen worden toegestaan, maar verplicht worden gesteld. Overigens is het sinds 2014 bij wet verboden om te fokken op extreme raskenmerken die schadelijk voor de gezondheid zijn. Deze kenmerken hadden dus allang verwijderd moeten zijn uit de rasstandaard; de omschrijving van het uiterlijk van een rashond. De KNMvD is het in deze met ons eens. 

Schijnargument
Dier&Recht constateert dat het vreemd is om met alle geweld een hondenras in stand te houden met een beroep op traditie c.q. historische waarde. Veel hondenrassen lijken namelijk nauwelijks nog op de oorspronkelijke hond.

Kijk bijvoorbeeld naar de Cavalier King Charles Spaniël. Dit was in de 17e eeuw een hond met een normale lengte van poten en een normale snuit.

 
 

Dier&Recht is van mening dat het met veel moeite trachten om een ras als de Cavalier King Charles Spaniël weer gezond te maken, heilloos is. De populatie is te verziekt. De enige manier om een gezonde Cavalier te fokken, is door een 'Cavalier 2.0' te creëren met het uiterlijk van zijn 17e eeuwse voorvader en vanuit een gezonde genenpool. Opnieuw beginnen dus, met niet-verwante honden zonder genetische afwijkingen. Volgens een gezonde rasstandaard, waarin honden een normale schedel en geen uitpuilende ogen hebben en goed op de poten staan. Dier&Recht benadrukt dat het volgens wetsartikel 3.4 Besluit houders van dieren verboden is om honden met een ziekmakend uiterlijk te fokken. 

Testen als doekje voor het bloeden
Er wordt ten onrechte veel waarde gehecht aan allerlei medische testen. Ten eerste hebben veel van dit soort maatregelen pas enig effect na vele generaties - mogelijk met uitzondering van enkele monogenetische aandoeningen die met DNA testen op te sporen zijn. In de tussentijd worden er onnoemelijk veel zieke honden gefokt. Daarnaast zijn sommige rassen zo ziek dat de ene aandoening kan verdwijnen, terwijl een andere toeneemt. Stel bijvoorbeeld dat er alleen nog gefokt zou worden met een Cavalier King Charles Spaniël zonder syringomyelie, zonder hartklachten op jonge leeftijd en zonder chronische oogaandoeningen. Dan blijft van de populatie pakweg 25% over. De genetische variëteit wordt dan nog kleiner, waardoor andere erfelijke aandoeningen kunnen toenemen. Dat kan dus niet.

Testen worden bovendien regelmatig ontdaan van hun waarde door de invloed van rasverenigingen. Zo is bij de Cavalier King Charles Spaniël het testen op chiari malformatie/syringomyelie beperkt tot maximaal 3-jarige leeftijd, terwijl bekend is dat de ziekte vaak pas na 3 jaar klinisch wordt vastgesteld. Testen op hartfalen zouden bovendien moeten doorgaan tot een dier vijf à zes jaar is, maar dit gebeurt nu tot 2,5 jarige leeftijd. Het testen lijkt dus vooral een gebaar te zijn. Ook is van veel erfelijke gebreken al lang bekend dat ze veel voorkomen (zie de RashondenWijzer). Meer kostbaar onderzoek is dus nergens voor nodig. Ter illustratie: professor Rothuizen stelde in een interview in de Volkskrant van 3 juli 2014 dat er 15 tot 20 miljoen euro nodig is om onderzoek te doen naar de 500 meest voorkomende aandoeningen. De enige reden voor dit onderzoek is de eis hondenrassen raszuiver te houden.

Op het testen op HD (heupdysplasie) met röntgenfoto’s bestaat veel kritiek. Sommige dierenartsen wijzen erop dat alleen de Pennhip-methode betrouwbaar is. Dat blijkt volgens hen uit het feit dat HD, ondanks alle röntgenfoto's, niet of nauwelijks teruggedrongen is bij bijvoorbeeld de Duitse Herdershond.

Schadelijk
Als laatste zijn medische testen niet relevant waar het gaat om schadelijke raskenmerken: iedereen kan weten dat een Franse Bulldog zonder neus, een Cavalier King Charles Spaniël met een te kleine schedel of een Duitse Herdershond met ingezakte rug, gezondheidsklachten kan krijgen.

Fraudegevoeligheid
Er is momenteel geen systeem om fraude bij fokkers op te sporen, waardoor zij door kunnen gaan met het fokken van dieren met een genetische afwijking. De controle en handhaving van de regels die beschreven staan in het Verenigingsfokreglement, vinden slechts incidenteel plaats. Van de NVWA is verder vanwege een tekort aan mankracht en motivatie ook weinig te verwachten. Zelfs met een goede controle is fraude mogelijk. Om voor rashonden een verklaring te verkrijgen dat ze vrij zouden zijn van heupdysplasie kunnen, volgens insiders, röntgenfoto’s worden gemanipuleerd.

Dat is misschien de verklaring dat ondanks allerlei maatregelen bij de Duitse Herdershonden het percentage heupdysplasie vanaf 1985 slechts 5% is afgenomen en nog altijd rond de 20% schommelt. Het gaat hier om de (klinische) lijders, het percentage dragers kan nog veel hoger zijn.

Standpunten Dier&Recht

  • Er wordt al veel te lang gepraat en onderzoek gedaan. Het is tijd voor actie.
  • Bij veel hondenrassen is voldoende kennis over erfelijke aandoeningen om meteen maatregelen te kunnen nemen.
  • Bij ernstig zieke hondenrassen: stop met fokken en begin opnieuw (bv Cavalier 2.0).
  • Bij minder zieke rassen: stamboeken openstellen voor look-alikes en andere rassen.
  • Bij redelijk gezonde hondenrassen: meer controle op de gezondheid.
  • Stambomen moeten een garantie op gezondheid bieden.
  • Rasstandaard moeten worden aangepast.
  • Geld van (nog meer) onderzoek moet naar handhaving gaan.
  • Raad van Beheer c.q. de sector hebben voldoende kansen gehad. Sinds 1988 zijn er talloze plannen gepresenteerd, maar vooruitgang is er nauwelijks geboekt.
  • Fokkers dienen zich te houden aan artikel 3.4 Besluit houders van dieren dat een verbod bevat op het fokken van gezelschapsdieren met een erfelijke aandoening, met schadelijke raskenmerken en die zich niet natuurlijk kunnen voorplanten. Dit verbod wordt bij het overgrote deel van de hondenrassen op meerdere punten overtreden.
Dierenrecht.nl
ANBI logo

© Copyright 2017 Dier&Recht