Tetralogie van Fallot (hartafwijking met vier abnormaliteiten)

Categorie Hart en bloedvaten
Ernst Zeer ernstig
Behandelbaarheid Slecht
Symptomen
Benauwdheid, Snel buiten adem, Versnelde ademhaling, Hartfalen, Hartruis, Moeite met inspanning, Vermoeidheid, Groeivertraging, Conditieverlies, Ernstig ongemak, Flauwvallen
DNA-test beschikbaar? Nee

Beschrijving

Tetralogie van Fallot is een hartaandoening die bestaat uit vier afwijkingen: een ventrikelseptumdefect (opening in de wand tussen de linker- en rechterkamer), pulmonaalstenose (vernauwing van de opening naar de longslagader), een rechtsverplaatsing van de aorta (lichaamsslagader) en concentrische hypertrofie van de rechterhartkamer (een verdikking van de wand van de rechterhartkamer). Het bloed dat normaal vanuit de rechterharthelft via de longen naar de linkerharthelft en de rest van het lichaam stroomt, ondervindt nu hinder in de richting van de longen door de vernauwing van de opening naar de longslagader (pulmonaalstenose) en kan bovendien via de opening in de wand tussen de linker- en rechterkamer (ventrikelseptumdefect), direct van de rechter- naar de linkerharthelft stromen. Hierdoor stroomt het bloed niet langs de longen en zal ook geen verse zuurstof ontvangen. Er zal zuurstofarm bloed het lichaam in worden gepompt en de weefsels ontvangen daardoor te weinig zuurstof. Het hart moet bovendien harder pompen om het bloed door de vernauwde opening van de longslagader te pompen, waardoor het hart uitgeput zal raken en hartfalen optreedt. De verschijnselen van een verminderd uithoudingsvermogen, achterblijven in groei en aanvallen van benauwdheid en blauwverkleuring van de huid en slijmvliezen (cyanose) zijn afhankelijk van de ernst van de verschillende afwijkingen en zullen na verloop van tijd steeds ernstiger worden.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld op basis van de verschijnselen en bevindingen bij het lichamelijk onderzoek, het horen van een hartruis en een uitgebreid onderzoek van het hart (echocardiografie).

Behandeling

De aandoening is zeer lastig te behandelen en honden met deze aandoening worden vaak niet ouder dan 1 à 2 jaar.

 

 

Bavegems, V. (2006) Erfelijke hartaandoeningen bij de hond. Gent: Universiteit Gent, Diergeneeskunde.
Crook A et al. 2011. Canine Inherited Disorders Database (CIDD). http://ic.upei.ca/cidd/
Gough, A. en Thomas, A. (2004) Breed Predispositions to Disease in Dogs and Cats. Oxford: Blackwell Publishing Ltd
Peelman, L.J., (2009), Erfelijke afwijkingen bij de hond, Bilthoven: Euroscience
Dierenrecht.nl
ANBI logo

© Copyright 2017 Dier&Recht